Cabotage is binnenlands vervoer in een land waar je niet gevestigd bent. Het mag, maar beperkt: na een inkomende internationale rit drie ritten binnen zeven dagen, daarna vier dagen wachten. De regels staan in verordening (EG) 1072/2009. Voor Nederlandse vervoerders is er één uitzondering die vrijwel nergens genoemd wordt, en die zit dicht bij huis.
Laatst gecontroleerd op · 5 minuten lezen
De hoofdregel
- Cabotage mag alleen met een communautaire vergunning. Werkt er een chauffeur uit een derde land, dan is ook een bestuurdersattest nodig (art. 8 lid 1).
- Na een inkomend internationaal transport mag je maximaal 3 cabotageritten uitvoeren binnen 7 dagen na de volledige lossing van die internationale zending (art. 8 lid 2).
- Kom je leeg binnen, dan mag 1 cabotagerit per lidstaat, binnen 3 dagen na het leeg binnenkomen.
De vergunning waarmee dit mag is in Nederland de Eurovergunning; hoe je die krijgt staat op de pagina over de vergunningaanvraag.

De afkoelperiode van vier dagen
Na afloop van de cabotageritten in een lidstaat mag hetzelfde voertuig daar 4 dagen lang geen cabotage uitvoeren (art. 8 lid 2bis). Bij een samenstel gaat het om het motorvoertuig, niet om de oplegger. Een andere trekker inzetten is dus wél mogelijk, dezelfde trekker met een andere oplegger niet.
De ILT legt de berekening van deze afkoelperiode zo uit: de periode van vier dagen begint altijd de volgende dag om 00.00 uur en eindigt om 23.59 uur. Eindigt die periode in een weekend of op een feestdag, dan wordt de eerstvolgende werkdag aan de periode toegevoegd.
De Benelux-uitzondering
Vervoerders uit België, Nederland en Luxemburg hebben op elkaars grondgebied recht op vrij goederenverkeer. Binnen de Benelux gelden dus geen cabotagebeperkingen en geen afkoelperiode van vier dagen. Voor een Nederlandse vervoerder die veel in België of Luxemburg rijdt, scheelt dat direct in de planning.
Wat er in het voertuig moet liggen
De vervoerder moet documenten kunnen tonen van het voorafgaande internationale vervoer én van elke cabotagerit (art. 8 lid 3). Daarin staan: naam, adres en handtekening van de afzender, de gegevens van de vervoerder, de gegevens van de geadresseerde, plaats en datum van laden en lossen, de omschrijving en de massa van de goederen, en de kentekens van de motorvoertuigen. De autoriteiten mogen geen aanvullende documentatie eisen (art. 8 lid 4).
Daarnaast moeten de gegevens van de tachograaf beschikbaar zijn, want cabotage brengt het voertuig sinds 1 juli 2026 ook boven 2.500 kg onder de rij- en rusttijden.
Rechtsgeldigheid van de beperkingen
De afkoelperiode is aangevochten. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft die op 4 oktober 2024 in stand gelaten, in de gevoegde zaken C-541/20 tot en met C-555/20. Het doel van de beperking is te voorkomen dat cabotage een permanente of doorlopende activiteit wordt in een land waar de vervoerder niet gevestigd is.
In datzelfde arrest sneuvelde wél een andere verplichting. Wat er precies is vernietigd staat op de pagina over het Mobility Package.
Handhaving en boete
Cabotagevervoer in Nederland in strijd met de marktverordening kent volgens de Richtlijn voor strafvordering Wet wegvervoer goederen (2018R020) een tarief van € 4.400, gericht aan de vervoersonderneming. Hetzelfde bedrag geldt voor cabotage door een vervoerder die niet in een lidstaat is gevestigd, en voor beroepsvervoer zonder geldige vergunning. Bij herhaling loopt de sanctie op: vanaf een verhoging van 50 procent voor ondernemers tot dagvaarden bij de derde overtreding.
Gecombineerd vervoer
Artikel 10 lid 7 van de verordening geeft lidstaten de bevoegdheid om de cabotageregels toe te passen op het wegtraject van gecombineerd vervoer, met melding aan de Commissie. Of Nederland van die bevoegdheid gebruikmaakt en hoe, hebben we niet kunnen verifiëren bij een primaire bron. Die vraag staat als openstaand punt in het bronnenblok onderaan; we vullen hem pas in als hij is nagelopen.
