De rij- en rusttijden staan in verordening (EG) 561/2006. Die verordening bepaalt hoe lang je mag rijden, wanneer je pauzeert, hoe lang je rust en waar je die rust doorbrengt. Sinds 1 juli 2026 geldt hij ook voor lichte bedrijfsvoertuigen boven 2.500 kg in internationaal vervoer en cabotage. Hieronder staan de normen met het artikel erbij, zodat je ze kunt nazoeken.
Laatst gecontroleerd op · 8 minuten lezen
De normen in één tabel
Dit overzicht bevat de kernwaarden. De uitzonderingen en de compensatieregels staan verderop, want daar zit in de praktijk het werk.
| Onderwerp | Norm | Artikel |
|---|---|---|
| Dagelijkse rijtijd | 9 uur, twee keer per week 10 uur | art. 6 lid 1 |
| Wekelijkse rijtijd | 56 uur | art. 6 lid 2 |
| Rijtijd over twee weken | 90 uur | art. 6 lid 3 |
| Pauze | 45 minuten na 4,5 uur rijden | art. 7 |
| Dagelijkse rust | 11 uur, splitsen mag in 3 uur plus 9 uur | art. 8 lid 2 |
| Verkorte dagelijkse rust | 9 tot 11 uur, maximaal drie keer tussen twee wekelijkse rusttijden | art. 8 lid 2 en 4 |
| Wekelijkse rust | 45 aaneengesloten uren | art. 4 |
| Verkorte wekelijkse rust | Minimaal 24 uur | art. 4 |

Rijtijden en pauze
- De dagelijkse rijtijd is maximaal 9 uur. Maximaal twee keer per week mag dat 10 uur zijn (art. 6 lid 1).
- De wekelijkse rijtijd is maximaal 56 uur (art. 6 lid 2).
- Over twee opeenvolgende weken samen mag je maximaal 90 uur rijden (art. 6 lid 3).
Na 4,5 uur rijden neem je een pauze van 45 minuten ononderbroken (art. 7). Splitsen mag, maar alleen in een blok van 15 minuten gevolgd door een blok van 30 minuten, in die volgorde. Eerst 30 en dan 15 telt niet als geldige pauze.
Dagelijkse rust
- De normale dagelijkse rust is 11 uur. Splitsen mag in 3 uur plus 9 uur (art. 8 lid 2).
- Een verkorte dagelijkse rust duurt 9 tot 11 uur en mag maximaal drie keer tussen twee wekelijkse rusttijden (art. 8 lid 2 en lid 4).
- Rijd je met twee bestuurders, oftewel multimanning, dan moet er binnen 30 uur een nieuwe dagelijkse rust van minstens 9 uur zijn (art. 8 lid 5).
Wekelijkse rust en compensatie
- Een normale wekelijkse rust is 45 aaneengesloten uren. Een verkorte wekelijkse rust is korter dan 45 uur, met een ondergrens van 24 uur (art. 4).
- Per twee weken neem je twee normale wekelijkse rusttijden, of één normale plus één verkorte van minstens 24 uur (art. 8 lid 6).
- Een wekelijkse rust begint uiterlijk na zes perioden van 24 uur na het einde van de vorige wekelijkse rust (art. 8 lid 6).
- Een verkorting compenseer je en bloc vóór het einde van de derde week volgend op de betreffende week. Die compensatierust moet aansluiten op een rust van minstens 9 uur (art. 8 lid 6ter en lid 7).
- Valt een wekelijkse rust in twee weken, dan reken je hem toe aan één van beide weken, niet aan allebei (art. 8 lid 9).
Twee opeenvolgende verkorte wekelijkse rusttijden mogen alleen bij internationaal goederenvervoer en alleen buiten de lidstaat van vestiging. Dan geldt: vier wekelijkse rusttijden in elke vier weken, waarvan minimaal twee normale. De daaropvolgende wekelijkse rust moet worden voorafgegaan door de compensatierust (art. 8 lid 6).
Rust in de cabine
Normale wekelijkse rusttijden en compensatierusten van meer dan 45 uur mogen niet in het voertuig worden doorgebracht. Ze horen in een passende, genderneutrale accommodatie met slaapfaciliteiten en sanitair, en de werkgever betaalt die kosten (art. 8 lid 8).
Dat verbod gaat over rusten van meer dan 45 uur. Voor de dagelijkse rust en de verkorte wekelijkse rust geldt het niet. Welke voorwaarden er precies gelden voor rust in het voertuig laten we hier open zolang we artikel 8 lid 8 daarop niet zelf hebben nagelopen; dat staat als openstaand punt in het bronnenblok.
Terugkeer van de chauffeur
De werkgever organiseert het werk zo dat de chauffeur binnen elke periode van vier opeenvolgende weken kan terugkeren naar de exploitatievestiging of naar zijn woonplaats, om daar minstens één normale wekelijkse rust of een compensatierust van meer dan 45 uur te nemen. Bij twee opeenvolgende verkorte wekelijkse rusttijden moet die terugkeer plaatsvinden vóórdat de compensatierust begint. De onderneming legt dit vast en houdt de stukken op de vestiging beschikbaar voor inspectie (art. 8 lid 8bis).
Let op dat dit gaat over de chauffeur. De terugkeerplicht van het voertuig is een ander verhaal en bestaat niet meer; dat staat op het Mobility Package.
Voor welke voertuigen het geldt
- Goederenvervoer met voertuigen boven 3.500 kg, inclusief aanhanger.
- Sinds 1 juli 2026 ook voertuigen boven 2.500 kg bij internationaal vervoer en cabotage (art. 2 lid 1 onder aa). Voor puur binnenlands vervoer met een bestelbus geldt het niet.
- Personenvervoer met voertuigen die gebouwd of ingericht zijn voor meer dan negen personen.
Uitzonderingen
De verordening geldt onder meer niet voor: lijndiensten personenvervoer met een traject tot 50 km; voertuigen met een maximumsnelheid tot 40 km/h; voertuigen tot 7.500 kg voor materiaal of uitrusting die de bestuurder voor zijn werk nodig heeft, binnen 100 km van de vestiging en als nevenactiviteit; hulpdiensten, leger en civiele bescherming; medische voertuigen; takel- en reparatievoertuigen binnen 100 km; test- en ontwikkelvoertuigen; niet-commercieel goederenvervoer tot 7.500 kg; voertuigen van 2.500 tot 3.500 kg voor niet-commercieel eigen vervoer; en historische voertuigen voor niet-commercieel gebruik (art. 3).
Artikel 13 lid 1 geeft lidstaten daarnaast aanvullende nationale ontheffingsmogelijkheden, onder andere voor landbouw, post tot 7.500 kg binnen 100 km, eilanden, rijopleiding, circus en kermis, melkophaal, waardetransport, levende dieren en betonmixers.
Twee praktische uitzonderingen die je moet kennen
Artikel 12 geeft twee mogelijkheden om af te wijken. Beide moet je kunnen verantwoorden.
- Bij gevaar mag je afwijken van de artikelen 6 tot en met 9, voor zover nodig om personen, voertuig of lading in veiligheid te brengen. Je tekent de reden handmatig aan op het registratieblad, de printout of het dienstrooster.
- Om de vestiging of de woonplaats te bereiken voor de wekelijkse rust mag je de rijtijd met maximaal 1 uur overschrijden. Gaat het om een normale wekelijkse rust, dan mag dat maximaal 2 uur zijn, op voorwaarde dat je eerst 30 minuten ononderbroken pauze neemt. Elke overschrijding compenseer je en bloc vóór het einde van de derde week volgend op de betreffende week.
Veerboot en trein
Ga je met het voertuig aan boord van een veerboot of op de trein, dan mag de dagelijkse rust maximaal twee keer worden onderbroken voor het in- en uitrijden, samen maximaal 1 uur. Voorwaarde is dat de chauffeur toegang heeft tot een slaapcabine of een bed (art. 9). De uren die je zo onderbreekt, blijven meetellen als rust.
Alles wat je rijdt en rust wordt vastgelegd door de tachograaf; daar staat ook hoe lang je de gegevens moet bewaren.
