Je wilt goederen gaan vervoeren voor anderen en je vraagt je af wat daar formeel voor nodig is. Op deze pagina staat het hele traject op een rij: van de vraag of je vergunningplichtig bent tot het moment dat je eerste betalende rit rijdt. Geen verkooppraat, wel de eisen, de bedragen en de volgorde waarin je dingen het beste aanpakt.
Laatst gecontroleerd op · 7 minuten lezen
Wanneer heb je een Eurovergunning nodig?
De kern van de regelgeving is het verschil tussen eigen vervoer en beroepsgoederenvervoer. Vervoer je uitsluitend goederen die van je eigen bedrijf zijn, als onderdeel van je eigen bedrijfsactiviteit, dan heet dat eigen vervoer en heb je geen Eurovergunning nodig. Vervoer je goederen van derden tegen betaling, dan is dat beroepsgoederenvervoer en ben je in beginsel vergunningplichtig.
Bij beroepsgoederenvervoer ben je vergunningplichtig zodra aan minstens één van deze twee voorwaarden is voldaan: het laadvermogen is meer dan 500 kg, of de toelaatbare maximummassa (tmm) is meer dan 2.500 kg. De grens van 500 kg laadvermogen is de Nederlandse hoofdregel die er al jaren is; de grens van 2.500 kg tmm geldt sinds 1 januari 2024. De vergunningplicht geldt voor binnenlands én internationaal vervoer. Weet je niet zeker hoe jij eruit komt, doe dan eerst de NIWO-check; die loopt stap voor stap langs alle criteria.
- Eigen goederen, eigen bedrijf: geen Eurovergunning nodig.
- Goederen van derden tegen betaling en een laadvermogen van meer dan 500 kg: vergunningplichtig.
- Goederen van derden tegen betaling en een toelaatbare maximummassa van meer dan 2.500 kg: vergunningplichtig, ook als het laadvermogen onder de 500 kg blijft.
- Rijd je met aanhanger of oplegger, dan gelden het laadvermogen en de tmm van het samenstel, niet die van het trekkende voertuig alleen.
- Controleer dus altijd beide waarden op je kentekenbewijs. Een kleine bestelwagen is in de praktijk bijna altijd vergunningplichtig, want het gaat niet om het gewicht van je lading maar om wat er op het kentekenbewijs staat.
De toelaatbare maximummassa vind je op het kentekenbewijs bij veld F2, het laadvermogen staat er als apart veld bij. Bij twijfel controleer je ze met de kentekencheck van de RDW. Een Eurovergunning wordt afgegeven voor vijf jaar en moet je daarna verlengen.

De vier eisen waar je aan moet voldoen
Wie een Eurovergunning aanvraagt bij de NIWO, wordt op vier punten getoetst. Ze staan los van elkaar: je moet ze alle vier halen, en op alle vier blijven voldoen zolang je de vergunning houdt.
1. Vakbekwaamheid
Binnen het bedrijf moet iemand het vakdiploma ondernemer beroepsgoederenvervoer over de weg hebben. Dat hoef jij niet per se zelf te zijn: een vervoersmanager die permanent en daadwerkelijk leiding geeft aan de vervoerswerkzaamheden kan die rol vervullen. Lees hoe het examen werkt op de pagina over het vakdiploma ondernemer beroepsgoederenvervoer.
2. Kredietwaardigheid
Je moet aantonen dat je genoeg eigen vermogen hebt: € 9.000 voor het eerste voertuig en € 5.000 voor elk volgend voertuig. De rekensom per aantal voertuigen en de manier waarop je het aantoont staan op de pagina over kredietwaardigheid.
3. Betrouwbaarheid
De betrouwbaarheid van de onderneming en van de vervoersmanager wordt getoetst met een Integriteitsverklaring Beroepsvervoer, de IVB. Wat er wordt getoetst en hoe lang de aanvraag duurt, staat op de pagina over VOG en betrouwbaarheid.
4. Een reële vestiging in Nederland
Je bedrijf moet echt in Nederland gevestigd zijn: een inschrijving bij de KvK, een adres waar de administratie ligt, en voertuigen die daadwerkelijk vanuit Nederland worden ingezet. Een postbusconstructie voldoet niet.

De volgorde die in de praktijk het beste werkt
Veel starters lopen vast doordat ze zaken in de verkeerde volgorde aanpakken: eerst een truck kopen en dan pas ontdekken dat het vakdiploma nog een paar maanden studie kost. Deze volgorde voorkomt leegstand en dubbele kosten.
- Bepaal of je vergunningplichtig bent en welke voertuigklasse je nodig hebt.
- Start met het vakdiploma, of leg vast wie de vervoersmanager wordt. Dit heeft de langste doorlooptijd.
- Schrijf een businessplan met een reële kostprijs per kilometer en per uur.
- Zorg voor het vereiste eigen vermogen en een openingsbalans of verklaring van een accountant.
- Vraag de IVB aan, want daar zit één tot vier weken tussen.
- Schrijf je in bij de KvK met een reële vestiging.
- Dien de vergunningaanvraag in bij de NIWO.
- Regel pas daarna definitief je materieel en verzekeringen.
- Begin ondertussen met het vinden van je eerste klanten.

Wat het kost om te beginnen
De vergunningkosten zijn niet je grootste post. Het zwaartepunt zit in materieel, verzekering, brandstof en werkkapitaal, plus het feit dat je debiteuren vaak pas na dertig tot zestig dagen betalen terwijl je brandstof direct afrekent. Op de pagina over de kosten van een transportbedrijf starten staan de posten uitgesplitst, inclusief de vaste lasten die doorlopen als een voertuig stilstaat.
Reken vanaf het begin met een kostprijs per uur en per kilometer in plaats van met een gevoelstarief. Zonder die twee getallen weet je niet of een rit winst oplevert, en in dit vak zijn de marges smal genoeg om dat verschil te laten tellen.
Zelf rijden of laten rijden
Ga je zelf achter het stuur, dan heb je naast het ondernemersdiploma ook rijbewijs C of CE nodig plus de code 95, de vakbekwaamheid voor beroepschauffeurs. Dat zijn twee verschillende trajecten die vaak door elkaar worden gehaald: het vakdiploma ondernemer gaat over het runnen van het bedrijf, code 95 over het besturen van het voertuig. Het verschil staat uitgewerkt op de pagina over rijbewijs C en code 95. Kom je uit loondienst als chauffeur, lees dan ook eigen rijder worden.
Neem je chauffeurs in dienst, dan krijg je te maken met de cao Beroepsgoederenvervoer, met rij- en rusttijden en met de tachograaf. Plan die kosten realistisch in: een chauffeur kost je meer dan het brutoloon, en verlof en ziekte moeten worden opgevangen.
Wat je kunt doen zolang je vergunning nog loopt
Wachten is zonde van de tijd. Gebruik de periode tot je vergunning rond is om je netwerk op te bouwen, tarieven te toetsen bij potentiële opdrachtgevers en je administratie in te richten. Veel starters beginnen als charter voor een grotere vervoerder: je rijdt dan onder eigen vergunning voor een bedrijf dat het werk aanlevert. Dat geeft omzetzekerheid, maar maakt je ook afhankelijk van één partij. Bouw daarom vanaf dag één aan minstens twee of drie opdrachtgevers.
